Mijn naam is Maarten Muis. Ik ben in 1998 afgestudeerd als cultureel antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam. Niet uit eigen keuze belande ik kort na de bul-uitreiking in de wereld van de psychiatrie en deed zo jaren een vorm van gedwongen antropologisch veldwerk. In die tien daaropvolgende jaren leerde ik wat de identiteit van een psychiatrische patiënt inhoudt en hoe je er weer vanaf komt.
Ik leerde Bas kennen toen ik bezig was met het boekproject ‘Meer dan dat… Tien portretten van mensen met schizofrenie’ (Tobi Vroegh 2011). Ik herkende in hem de drive om actief vanuit cliënt-perspectief aan de slag te gaan met de beeldvorming rondom schizofrenie/psychose-gevoeligheid. Op de vraag mee te werken aan vervolgprojecten op de film Verloren Jaren via een stichting zei ik graag ja.
In de jaren als bestuurslid van Vereniging Anoiksis (2004-2010) ben ik actief geweest in tal van projecten rondom belangenbehartiging, beeldvorming en participatie in wetenschappelijk onderzoek. Mijn hart lag altijd bij de uitdaging om het algemene publiek voor te lichten over wat het hebben van een psychose en de daaropvolgende psychiatrische behandeling nu precies inhoudt. Dat vraagt enige kunst van het vertalen en goed inpakken, omdat het thema ‘schizofrenie’ en ‘psychose’ vaak leidt tot het fenomeen dat mensen zich uit de dialoog terugtrekken, omdat het als te heftig wordt ervaren.
Ik ben begonnen met het uitgeven van boeken, waaronder een wonderbaarlijk mooi egodocument van Willen Landsbergen (‘Zwemmen naar het Paradijs’, Anoiksis 2007) en via het organiseren van een Prijsvraag voor een Nieuwe Naam (2009) kwam ik tot een rol als hoofdredacteur van de eenmalige glossy ‘Skiz’o’ (2010).
In 2011 ben ik als zelfstandig ondernemer (zie: www.adstructie.nl→) begonnen en naast een eigen project als het boek ‘Meer dan dat…’ (zie: www.meerdandatboek.nl→) werk ik voor een aantal opdrachtgevers, waaronder vereniging Anoiksis, het Trimbos instituut en Cliëntenbelang Amsterdam. De projecten waarin ik nu actief ben liggen met name op het vlak van het organiseren van cliëntenparticipatie, het stimuleren van eigen regie en het inzetten van ervaringskennis en cliënt-perspectief in zorg en welzijn.
Via deelname aan de stichting Verloren Jaren hoop ik een ambitie te verwezenlijken om met goede mediaproducties voorbij de groep te komen, die vanuit een directe betrokkenheid (zoals hulpverleners en familieleden) openstaan voor een dialoog over psychose-gevoeligheid. Ik ben er van overtuigd dat deze stichting in staat is om projecten te initiëren die het algemene publiek weet te verleiden een moment stil te staan bij wat het hebben van een psychose betekent. En daarbij laten zien hoe mensen de kracht in zichzelf terugvinden, met nodige steun en hulp van de omgeving, om na deze ervaring de draad van het leven weer op te pakken.




